Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich razendsnel en speelt ook in het domein van digitale toegankelijkheid een steeds grotere rol. Voor veel mensen met een beperking betekent dit een enorme vooruitgang. Een blinde reiziger laat via zijn telefoon een menukaart voorlezen en een gemeente kan brieven automatisch herschrijven naar eenvoudig taalniveau. AI maakt informatie toegankelijker, versnelt processen en geeft organisaties zonder specialistische kennis toch de mogelijkheid om een eerste stap te zetten richting inclusie.
Toch blijft de mens belangrijk zodat de techniek op de juiste manier wordt ingezet. In deze blog lees je hier meer over.
De kracht van AI in het dagelijks leven
Voor wie een taalachterstand heeft of moeite ervaart met ingewikkelde teksten, kan een toepassing als Leessimpel het verschil maken. Complexe brieven van zorgverzekeraars of de Belastingdienst worden omgezet naar begrijpelijke taal. Ook programma’s als Immersive Reader of Google Lens worden inmiddels breed gebruikt door mensen die anders afhankelijk waren van hulp uit hun omgeving. In het onderwijs maakt AI het mogelijk om lesmateriaal automatisch aan te passen aan het niveau van een leerling. En spraakgestuurde assistenten zoals Siri en Alexa bieden een alternatief voor mensen die hun apparaten niet eenvoudig met de hand kunnen bedienen.

Computer says no
Toch zijn er grenzen aan deze technologische wonders. Zo blijkt praakherkenning minder betrouwbaar voor mensen met een accent of een spraakstoornis. Stemmen die afwijken van de “standaard” worden simpelweg niet altijd herkend.
Steeds meer organisaties gebruiken AI ook om hun websites of apps automatisch te laten controleren op toegankelijkheid. Een tool kan bijvoorbeeld aangeven dat het kleurcontrast onvoldoende is of dat de koppenstructuur niet klopt. Maar een scanner kan niet beoordelen of een formulier logisch is opgebouwd, of een video zonder ondertiteling toch begrijpelijk is, of dat een linktekst als “klik hier” genoeg context geeft. Alleen leunen op technologische toepassingen is dus niet de oplossing voor iedereen.

Waar technologie eindigt, begint de mens
AI kan ondersteunen en veel processen versnellen, maar de mens nooit volledig vervangen. Een automatisch gegenereerde alt-tekst is pas waardevol wanneer iemand controleert of de beschrijving klopt. Een spraakinterface is pas bruikbaar wanneer deze getest is door verschillende gebruikers. En een toegankelijkheidsscan levert pas echt iets op wanneer de resultaten worden geïnterpreteerd door iemand die begrijpt hoe gebruikers met beperkingen de digitale omgeving ervaren.

De keerzijde van AI?
Naast de praktische beperkingen zijn er ook bredere zorgen. Veel AI-modellen worden getraind op datasets die niet altijd representatief zijn en soms zelfs gevoelige of auteursrechtelijk beschermde informatie bevatten. De uitkomsten zijn vaak lastig te verklaren – de zogenoemde ‘black box’ – waardoor gebruikers geneigd zijn resultaten klakkeloos te vertrouwen. Bovendien ligt de technologie grotendeels in handen van een klein aantal grote bedrijven, waardoor publieke organisaties steeds afhankelijker worden. Ook wordt AI tegenwoordig ingezet voor deepfakes, desinformatie en cybercriminaliteit.
Samen verantwoordelijk
Ontwikkelaars, ervaringsdeskundigen, beleidsmakers en testers moeten samen zorgen dat AI niet alleen slim, maar ook echt inclusief wordt ingezet. De techniek helpt ons goed op weg, maar de toegankelijkheid maken we uiteindelijk samen.
Bij Digitaal Toegankelijk zien we de enorme mogelijkheden van AI, maar blijven we ook nuchter over de beperkingen. Empathie, context en gebruikerservaring blijven cruciaal in de ontwikkeling van apps en software die het digitale leven voor iedereen inclusiever maken.
Wil je meer van dit soort inzichten ontvangen?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Digitaal Toegankelijk.


