Skip to main content
Category

Spraakapraxie & Dysartrie

Wat houdt digitale toegankelijkheid in als je Spraakapraxie & Dysartrie hebt?

Het verschil tussen WCAG A, WCAG AA en WCAG AAA

Door Apps & Websites, Spraakapraxie & Dysartrie, Visuele Beperking, WCAG, Wetgeving

Is jouw website toegankelijk? Dat kan je controleren aan de hand van de webrichtlijnen rondom digitale toegankelijkheid: de WCAG. Deze richtlijnen zijn opgesteld door het World Wide Web Consortium (W3C) met als doel: het verbeteren van digitale ervaringen voor mensen met een functiebeperking. 

De WCAG bestaat echter uit drie series richtlijnen: de WCAG A, WCAG AA en WCAG AAA. De richtlijnen van niveau A zijn het meest eenvoudig om na te leven, daarna komt niveau AA en tenslotte AAA als relatief moeilijkste. Per richtlijn komen de verschillende onderwerpen aan bod, hoewel de eisen steeds moeilijk worden te behalen. In dit artikel praten we je bij over het verschil tussen deze verzamelingen richtlijnen.

Iemand geeft een klein groepje mensen les of training

Oorsprong van de WCAG

Wanneer de richtlijnen opgevolgd worden, is online content beter te gebruiken voor mensen met een functiebeperking. Maar, hoe zijn die richtlijnen dan opgesteld? Centraal in de richtlijnen staan vier principes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Iedere richtlijn kan onder worden gedeeld in een van deze categorieën, lees hier meer over de oorsprong van de WCAG.

De richtlijnen van de WCAG zijn van toepassing op webcontent als apps, websites en intranetten. Vooralsnog zijn alleen (semi-)overheidsinstellingen verplicht om aan deze richtlijnen te voldoen. Dit verandert in 2025, wanneer de European Accessibility Act van kracht gaat. Lees hier meer over de Europese wetgeving over digitale toegankelijkheid

WCAG A

De basis van de WCAG wordt gevormd door de 25 criteria van niveau A. Deze richtlijnen zijn relatief het meest eenvoudig om te halen. De aanpassingen die nodig zijn om te voldoen aan niveau A, hebben minimale impact op de structuur of vormgeving van een website. 

Enkele voorbeelden van niveau A zijn:

  • 1.2.3: vooraf opgenomen video’s met audio zijn voorzien van een tekstueel alternatief (transcript van de audio) of van een audiodescriptie waarin belangrijke visuele informatie wordt toegelicht.
  • 2.1.1: de website is toegankelijk voor gebruikers die alleen hun toetsenbord gebruiken

Iemand typt op een toetsenbord

WCAG AA

Niveau AA bestaat uit 13 richtlijnen. Aan dit tweede niveau is minder eenvoudig te voldoen dan het eerdergenoemde niveau. Een goed voorbeeld hiervan zijn richtlijnen 1.2.3 (niveau A) en 1.2.5 (niveau B). Beide richtlijnen hebben betrekking op het bieden van een alternatief voor een video met audio. Maar, waar bij niveau A een transcript of een audiodescriptie voldoende is, is niveau AA slechts te behalen met een audiodescriptie. 

Hieronder staan de richtlijnen van niveau AA die gezien kunnen worden als een strengere versie van de voorbeelden die hierboven van niveau A zijn genoemd:

  • 1.2.5: vooraf opgenomen video’s met audio zijn voorzien van een audiodescriptie.
  • 2.4.7: zorg ervoor dat toetsenbordbegeleiding zichtbaar en helder is.
  • 1.4.3: de contrastverhouding tussen tekst en achtergrond is minimaal 4,5:1.

Een donker silhouet tegen een lichte achtergrond illustreert het begrip contrast

WCAG AAA

Het laatste gedeelte van de WCAG bestaat uit de 23 extra richtlijnen van niveau AAA. Hieronder lees je enkele voorbeelden uit niveau AAA, die gelden als moeilijkere versies van de richtlijnen die hiervoor zijn genoemd:

  • 1.2.7: geef een uitgebreide audiodescriptie voor video’s. Gebruikers met een functiebeperking moeten dezelfde informatie uit de video ontvangen als andere gebruikers uit de video ontvangen. 
  • 2.1.3: de website is bruikbaar wanneer gebruikers alleen een toetsenbord gebruiken zonder uitzonderingen.
  • 1.4.6: de contrastverhouding tussen tekst en achtergrond is minimaal 7:1.

Het kost over het algemeen nóg meer moeite om aan deze richtlijnen te voldoen dan aan die van niveau AA. Het merendeel van de websites voldoet dan ook niet aan deze richtlijnen. Het is maar goed dat niveau AAA niet verplicht is vanuit de wetgeving voor digitale toegankelijkheid. Maar, welke WCAG-doelen moeten wel verplicht worden gehaald?

Iemand beklimt een besneeuwde berg

Welk niveau WCAG is verplicht?

Om een digitaal toegankelijke app, website of toegankelijk intranet te hebben, moet een digitaal product voldoen aan de WCAG-niveau A en AA. Niveau AAA is dus niet vereist. Het is alleen mogelijk om te voldoen als alle richtlijnen behaald zijn. Als dit het geval is, kan een website als ‘compliant’ bestempeld worden. Welke websites voldoen aan de richtlijnen kun je terugvinden in het register verklaringen van Toegankelijkheidsverklaring.nl. Daarin zijn alle toegankelijkheidsverklaringen opgenomen, waarin je ziet aan welke toegankelijkheidseisen de website op dat moment voldoet (van A: ‘Voldoet volledig’ tot D: ‘Voldoet niet’).

Meer te weten komen over de WCAG? Duik in onze kennisbank vol tips over digitale toegankelijkheid of neem vrijblijvend contact met ons op.

Google’s updates: digitale toegankelijkheid als afterthought

Door Spraakapraxie & Dysartrie Geen Reacties

Naast schrijven over digitale toegankelijkheid, werk ik als freelance SEO specialist. SEO staat voor Search Engine Optimization, of ‘zoekmachine optimalisatie’. Dit houdt in dat ik ervoor zorg dat websites op een natuurlijke manier hoger in de zoekresultaten verschijnen, waardoor ze meer bezoekers krijgen.

Voor mijn werk is het van groot belang om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen in het vakgebied. Daarom was ik enthousiast om te horen dat Google, de grootste en populairste online zoekmachine, een nieuwe functie aan het testen was. Na Snapchat, Instagram, Facebook, YouTube en LinkedIn test Google nu ook het gebruik van Stories (verhalen). Op de foto hiernaast is een voorbeeld van Stories op Instagram te zien. De berichten worden kort vertoond en worden na 24 uur verwijderd van je account. 

Vanuit SEO-perspectief is het enorm interessant om te zien dat Google het gebruik van Stories aan het testen is. Vanuit toegankelijk perspectief was ik minder blij om te zien hoe de Stories ontwikkeld waren. In dit artikel leg ik uit waarom.

Wat zijn Google Web Stories?

Het succes van de Stories van Instagram, Facebook en Snapchat zal voor Google een reden zijn geweest om deze feature ook toe te passen. Google’s variant van Stories heet Web Stories. Het doel van Google Web Stories is om content toegankelijker en aantrekkelijker te maken voor gebruikers van mobiele apparaten. De stories zijn bedoeld voor mobiele gebruikers en kunnen bij een blogpost of artikel binnen WordPress worden geplaatst.  Gebruikers kunnen eenvoudig door stukken content heen swipen om zo hun zoekopdracht te beantwoorden. 

Het verschil met de Stories van andere platformen, is dat bij Google de Stories niet automatisch verwijderd worden na 24 uur. Een ander groot verschil is dat Google Web Stories door iedereen bekeken kunnen worden, het is niet nodig om een account te maken. Dit is bij social media wel het geval. 

Voor webmasters en SEO-specialisten biedt het gebruik van Stories veel mogelijkheden. Door afbeeldingen, gifs, video’s en tekst te combineren zijn de mogelijkheden vrijwel eindeloos.

Het probleem met Web Stories

Web Stories zijn, net als websites, video’s en social media berichten, niets anders dan online content. Bij het maken van online content wordt helaas niet altijd rekening gehouden met toegankelijkheid. De tekst in de Stories kan bijvoorbeeld wel opgelezen worden door schermlezers, maar veel afbeeldingen en knoppen zijn niet voorzien van beschrijvingen. Hierdoor is het voor gebruikers van schermlezers niet duidelijk waar de stories over gaan of om deze überhaupt te doorlopen.

Tijdens een eerdere test met Web Stories was de interface zelf niet geheel bruikbaar met een schermlezer. Google heeft dit probleem nu grotendeels opgelost. Het is (voor een leek) nog steeds niet eenvoudig om Web Stories via Apple’s VoiceOver door te lopen.

Edwin Ruyer (Blinde man) met telefoon

Toegankelijkheid als afterthought

Voor de stand van digitale toegankelijkheid is het niet veelbelovend om te zien dat een techreus als Google niet in staat is om in de ontwikkeling van haar product toegankelijkheid mee te nemen. Als het Google al niet lukt, welke hoop is er dan voor kleinere bedrijven met beperkte budgetten? 

Het vreemde is dat het ontwikkelen van een toegankelijk digitaal product niet een grote kostenpost hoeft te zijn. De meeste features die van belang zijn voor toegankelijkheid, zijn redelijk basaal en eenvoudig toe te passen. Juist wanneer een digitaal product nog in de kinderschoenen staat, is het daarom relatief eenvoudig om rekening te houden met toegankelijkheid. 

Het zijn juist de websites, apps en producten die al een tijd meegaan, waarbij de kosten voor digitale toegankelijkheid hoog uitvallen. Door tijdens het initiële ontwikkelingsproces van een product rekening te houden met toegankelijkheid, wordt kostbare tijd en geld bespaard. 

Digitale toegankelijkheid meenemen in het ontwikkelingsproces

Gezien de 4 miljoen Nederlanders met een beperking, is het belang van digitale toegankelijkheid groot. Als het beschikbaar maken van een website of app voor iedereen niet genoeg morele motivatie is, zijn de commerciële voordelen wellicht doorslaggevend. Een website die door meer mensen (beter) gebruikt kan worden, zal dus door meer potentiële klanten gebruikt worden. Hierdoor wordt het bereik van jouw website en app relatief eenvoudig vergroot.

Simpel beginnen met vergroten kennis en bewustzijn

Maar, hoe zorg je ervoor dat je vanaf de start van het ontwikkelingsproces rekening houdt met digitale toegankelijkheid? Voor projecten waar een team van specialisten bij betrokken is, is het essentieel dat ieder teamlid op de hoogte is van de do’s en don’t’s van toegankelijkheid. Digitaal Toegankelijk.nl heeft met dit doel het Scrum kaartspel Denken in Beperkingen ontwikkeld. Met dit kaartspel word je op een laagdrempelige wijze bewust van hoe het is om met een beperking een digitaal product te gebruiken en waar je rekening mee moet houden.

kaarten van het spel 'Denken in beperkingen'

Daarnaast zijn er in onze kennisbank tientallen artikelen te vinden met praktische tips. Zo beschreven we onder andere wat de richtlijnen zijn, hoe je een toegankelijkheidsverklaring opstelt en hoe je toegankelijke advertenties maakt. Digitaal Toegankelijk.nl denkt graag met bedrijven en organisaties mee om digitale producten inclusiever te maken. Neem vrijblijvend contact met ons op om vandaag nog bij te dragen aan een toegankelijk internet.

Interview met Cindy: Een taalontwikkelingsachterstand in de digitale wereld

Door Spraakapraxie & Dysartrie Eén Reactie

Cindy is 29 jaar en heeft een taalontwikkelingsstoornis (of TOS). In dit interview legt ze uit welke invloed dit heeft op haar online gedrag. Ook heeft ze een aantal tips voor developers en marketeers die inclusieve websites willen maken.

Het ontwerpen en realiseren van een toegankelijke website of app is niet eenvoudig. Er zijn tientallen factoren waar rekening mee moet worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van ondertiteling aan video’s voor slechthorenden en doven, een juist kleurcontrast met de achtergrond zodat tekst goed te lezen is of het labelen van knoppen zodat deze ook met een schermlezer te begrijpen zijn.

Er dient rekening te worden gehouden met de behoeften van een groot scala aan gebruikers. Sommige van deze behoeften, zoals die van mensen met een visuele- of auditieve handicap, laten zich grotendeels voorspellen. Maar er zijn ook beperkingen, waarbij de gevolgen voor het online leven niet zo voor de hand liggen. Een goed voorbeeld daarvan zijn gebruikers met een taalontwikkelingsstoornis, zoals Cindy.

Cindy werkt bij Kentalis, een audiologisch centrum in Arnhem en wordt in dit interview bijgestaan door Annemiek. Annemiek is in dienst van Kentalis Werkpad, een onderdeel van Kentalis.

Kun je de lezers die niet weten wat TOS is, uitleggen wat het precies inhoudt?

“TOS staat voor taalontwikkelingsstoornis. Het gaat vooral om het verwerken van taal. Ik moet net iets meer mijn best doen om informatie en boodschappen binnen te krijgen. Daarnaast is onnodig ingewikkelde taal ook moeilijk om te begrijpen. Heldere, simpele communicatie is van groot belang. Nu, via Microsoft Teams, is het al moeilijker dan het in een 1-op-1 gesprek zou zijn geweest.

Afbeelding van een bureau waarop een scherm te zien is met iemand die aan het videobellen is

Hoe heeft TOS invloed op jouw dagelijks leven?

“Ik merk vooral dat alles heel snel gaat. Vaak wordt er een hoog tempo van mij verwacht, maar dit lukt niet. Ik moet taak voor taak werken, niet proberen om meerdere dingen tegelijkertijd te doen en al helemaal niet afgeleid worden tijdens het voltooien van deze taken.

Daarnaast heb ik structuur nodig, zowel op werkvlak als privé. Op werk heb ik graag een schema met taken met daarbij de benodigde tijd per onderdeel. Dat ik duidelijk weet hoe lang onderdelen duren en wat ik van de dag kan verwachten. Ik werk samen met een collega die hetzelfde werk doet, deze collega heeft autisme en daardoor ook echt structuur nodig.

Verder heb ik altijd heel veel problemen met officiële brieven, zoals die van het UWV.”

Wat is er voor jou moeilijk aan deze brieven?

“De brieven zelf zijn ingewikkeld geschreven en bestaan vaak uit de veel informatie. Er wordt te veel informatie tegelijkertijd overgebracht.”

Annemiek vult aan: “Heldere communicatie is belangrijk. En daar mankeert het bij overheidsinstanties enorm aan. Wollig taalgebruik en het gebruiken van spreekwoorden is gewoon lastig.”

Hoe ben je erachter gekomen dat je TOS hebt?

“Dat is al vastgesteld toen ik nog klein was, ik weet niet meer precies hoe dat is gegaan. Het is tegenwoordig een erkende stoornis. Vroeger heette het ESM, tegenwoordig heet het TOS. Nu worden kinderen er ook op gescreend. Daardoor zie je het ook meer. Wat je vaak ziet is dat kinderen gediagnosticeerd worden met TOS en dat ouders daarna denken ‘verrek, dat heb ik ook!’.

Annemiek legt uit dat er nog niet veel onderzoek is gedaan naar TOS bij volwassenen: “Op dit gebied valt nog veel te leren over TOS. Bij Kentalis wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp. Cindy zelf geeft veel voorlichting over TOS, aan ouders en aan jongeren.”

Dat klinkt interessant! Wat vind je leuk aan het geven van voorlichting over TOS?

“Ik geef samen met mijn moeder voorlichting aan ouders. Ik vind het vooral bijzonder dat ik mijn ervaring kan doorgeven aan ouders van kinderen met TOS. Deze ouders leren net dat hun kind TOS heeft en zitten met zoveel vragen. Met het verhaal van mij en mijn moeder proberen wij onze informatie door te geven en hun vragen te beantwoorden.”

DigitaalToegankelijk.com heeft als doel om digitale omgevingen zo goed mogelijk te optimaliseren, zodat deze voor iedereen bruikbaar zijn. Wat zijn frustraties waar jij tegenaan loopt op websites, social media en apps?

“Vaak word je op een website doorverwezen van pagina naar pagina, waardoor ik het overzicht kwijt raakt. Ik weet door de nieuwe pagina’s niet meer waar ik heen moet. Ook vind ik het moeilijk om zoekopdrachten in bijvoorbeeld Google te formuleren. Vaak typ ik ontzettend lange zinnen, omdat ik het moeilijk vind om deze zinnen in te korten.”

Zou je dan liever hebben dat nieuwe pagina’s in een apart tabblad worden geopend, of liever hetzelfde tabblad?

“Het liefste natuurlijk zo min mogelijk nieuwe pagina’s. Als er meer tabbladen zijn dan vergeet ik wat op welk tabblad stond. Liever zou ik zo veel mogelijk informatie op één pagina zien.”

Zou er een manier zijn om dit overzichtelijker te maken?

“Het beste zou zijn om met zo min mogelijk woorden de boodschap over te brengen.”

iemand gebruikt een laptop

Je gaf al aan moeite te hebben met de brieven van het UWV. Zijn er ook online diensten waar jij geen of slecht gebruik van kan maken?

“Zeker de websites van het UWV en die van de Belastingdienst. Deze websites gebruiken te wollig taalgebruik waardoor de boodschap moeilijker te begrijpen is. Daarnaast staan deze sites vol met opties, waardoor het overweldigend kan zijn.”

Zijn er andere, niet-overheidswebsites, waar je makkelijker gebruik van kunt maken?

“Ook op webshops zoals Coolblue raak ik snel het overzicht kwijt doordat ik van pagina naar pagina ga. Ik probeer het voor mezelf makkelijker te maken maar dit is tot nu toe nog niet gelukt. Er is niet echt een specifieke website die ik makkelijk kan gebruiken. RTL Nieuws kon ik voorheen goed gebruiken, totdat de hele website veranderd is. Nu is het voor mij moeilijk om artikelen te lezen.”

Wat voor telefoon gebruik je eigenlijk?

“Ik heb een iPhone en die zou ik nooit willen inwisselen voor bijvoorbeeld een Samsung. Mijn moeder heeft een Samsung gehad en daar kon ik niet mee overweg, omdat er zo veel opties waren. De iPhone is duidelijker en daardoor makkelijker te gebruiken.”

Welke tip heb je voor webdevelopers die toegankelijke websites en apps willen maken?

“Probeer vooral zo min mogelijk tekst te gebruiken om een boodschap over te brengen. Ook is het fijn als er niet continu wordt doorgelinkt naar andere pagina’s, maar informatie op de pagina zelf vermeld staat.”

Hoe hebben de maatregelen omtrent het coronavirus invloed gehad op jouw gebruik van digitale media?

Ik heb niet echt veel gewerkt thuis. Wel heb ik een aantal online cursussen gevolgd, die waren makkelijk te vinden en te volgen. Voor de rest heb ik niet veel thuis kunnen werken, want al mijn werk lag op kantoor. Van maart tot mei heb ik thuis gezeten, daarna kon ik wel weer op kantoor werken.”

Jouw werkgever is ook wel uitzonderlijk eigenlijk hè, kun je iets meer vertellen over Kentalis als werkgever en de coaching die je ontvangt vanuit deze organisatie?

“Om de 2 tot 3 weken hebben Annemiek en ik gesprekken op kantoor. Tijdens de coronaperiode is er qua coaching eigenlijk niets gebeurd, toen had ik natuurlijk ook geen hulp nodig omdat ik geen werk had. De focus van de coaching ligt namelijk echt op het werk.”

Annemiek: “Ik ken Cindy ook al heel lang, ik heb haar al bij meerdere werkgevers begeleid. Ik ben zelf ook in dienst van Kentalis, waardoor we een intern coachtraject hebben kunnen opzetten. Verder kennen wij elkaar inmiddels zo lang dat het niet meer alleen over de functionele aspecten van werk gaat. Cindy is zo erg gegroeid dat dit niet altijd meer nodig is. Voor zaken als afspraken bij het UWV of de Belastingdienst ga ik wel vaak mee, maar qua werk is dat niet meer nodig.”

Dat is leuk om te horen! Hoe lang kennen jullie elkaar precies? 

Cindy: “Sinds ik 18 ben, nu al 11 jaar. Het is begonnen toen ik zelf begon met werken eigenlijk. Er zijn wel onderbrekingen geweest tussendoor. Op momenten dat ik zelf geen werk had, was er ook geen coaching. Ik heb van Annemiek veel coaching op de werkvloer gekregen bij verschillende werkgevers. Dit heeft mij geleerd om beter voor mijzelf op te komen. In het begin vond ik dat heel moeilijk, nu gaat het steeds beter.”

een spraakballon gemaakt van papiertjes

Heb je tips voor anderen met TOS?

Annemiek: “Het is altijd verstandig om bij een arbeidsovereenkomst te laten checken of er begeleiding mogelijk is. Als er een diagnose is lukt dit vaak wel via het UWV, maar nog niet altijd. Instanties zoals Kentalis kunnen helpen bij het beantwoorden van vragen. Hier kunnen mensen altijd terecht.”

Cindy: “Ik zou ook Spraaksaam willen vermelden. Dit is een organisatie voor jongeren, van circa 12 tot 30 jaar, met TOS. Daar worden leuke dingen gedaan voor mensen met TOS. Zo worden er dagjes uit en kampen georganiseerd. Dagjes uit etcetera. Het is fijn om zo met jongeren die ook TOS hebben in contact te komen. Sociale informatie via bijvoorbeeld WhatsApp of andere media is moeilijk te volgen. Daarom is het fijn om mensen met TOS om je heen te hebben. Als alle communicatie via social media gaat en je hebt een taalverwerkingsprobleem is dat lastig. Hierdoor kan je het gevoel krijgen dat je buitengesloten wordt.”

Bedankt Cindy!

Hartelijk bedankt voor jullie tijd Cindy en Annemiek! Voor jongeren met TOS is het van belang om van elkaar te leren. Zo leer je beter voor jezelf opkomen. Voorlichting speelt hier een belangrijke rol in. Cindy geeft zelf samen met haar moeder voorlichting aan jongeren en ouders. Afspraken en informatie kan bij Meike worden geregeld via [email protected].

Toegankelijkheidsonderzoek gemeentes Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht

Door Onderzoek, Spraakapraxie & Dysartrie Geen Reacties

Vanaf 23 september zijn (semi-)overheidswebsites wettelijk verplicht om te voldoen aan de richtlijnen rondom digitale toegankelijkheid. In de praktijk betekent dit niet dat deze websites vanaf 23 september compleet toegankelijk moeten zijn. Gemeenten en andere overheidsorganen moeten in ieder geval de huidige situatie in kaart hebben gebracht en een actieplan hebben opgesteld om te zorgen dat de websites wél toegankelijk worden. 

Ambtenaren hebben te weinig kennis over digitale toegankelijkheid

Zoals eerder in dit artikel op Digitaal Toegankelijk.com te lezen was, zijn veel ambtenaren nog niet voldoende bekend met digitale toegankelijkheid. Het overgrote deel van de ondervraagde ambtenaren gaf aan nog te weinig kennis over het onderwerp te hebben.

Onderzoek naar toegankelijkheid gemeentesites

Maar welke gevolgen heeft dit tekort aan kennis voor de toegankelijkheid van gemeentesites? Om daarachter te komen, deden we een klein onderzoek naar de digitale toegankelijkheid van de websites van de vier grootste steden van Nederland: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

De websites zijn getest op enkele onderdelen van de webrichtlijnen voor toegankelijkheid. Per resultaat worden de testscores van de vier websites vermeld. 

Toegankelijkheid met toetsenbord

Niet iedereen kan even gemakkelijk gebruik maken van een muis of touchpad om door websites te navigeren. Deze groep is gebaat bij websites die eenvoudig via het toetsenbord zijn te gebruiken. Belangrijke features zijn bijvoorbeeld schakelen van opties met tab en shift + tab om terug te gaan naar de vorige optie. In het artikel ‘websites optimaliseren voor gebruikers van een toetsenbord’ worden enkele praktische tips behandeld voor developers.

Toegankelijkheid toetsenbord gemeente Amsterdam

De website van gemeente Amsterdam maakt het gebruikers van een toetsenbord gemakkelijk door een optie aan te bieden waarmee gebruikers direct naar de ‘body’ van de tekst kunnen. Dit scheelt bezoekers veel tijd en moeite. Met het toetsenbord kan gemakkelijk de cookie waarschuwing worden weggeklikt. Wel zijn er enkele items met een ‘tabindex’ waarde hoger dan 0 op de website gevonden. Deze index score staat voor een bepaalde volgorde in toetsenbordnavigatie, waardoor het meer moeite kost om de juiste volgorde aan te houden.

De header van de website van gemeente Amsterdam met de 'direct naar inhoud' optie.
Afbeelding: De header van de website van gemeente Amsterdam met de ‘direct naar inhoud’ optie.

Het eerste dat opvalt op de website van Den Haag is de afwezigheid van een cookie waarschuwing. Gebruikers worden dus niet op de hoogte gesteld van marketingsoftware die hun surfgedrag bijhoudt, terwijl de site trackingcodes bevat van onder andere Google Analytics, Hotjar en Google Tag Manager. Wel is de website uitstekend te gebruiken via het toetsenbord. Ook hier wordt een korte route naar de belangrijkste content geboden via een knop in het menu. De knop die geselecteerd wordt is bovendien voorzien van extra contrast, waardoor het onderscheid makkelijk te maken is.  

'Informatie voor ondernemers' wordt momenteel geselecteerd en is voorzien van arcering.
Afbeelding: ‘Informatie voor ondernemers’ wordt momenteel geselecteerd en is voorzien van arcering.

Toegankelijkheid toetsenbord gemeente Utrecht

De cookie notice van gemeente Utrecht is eenvoudig via het toetsenbord weg te klikken. Dit is de enige website waar geen extra opties verschijnen zodra het toetsenbord wordt gebruikt om te navigeren. Je kunt dus ook niet snel naar de belangrijkste content navigeren. Los hiervan werkt het navigeren via het toetsenbord wel. Een verbeterpunt voor Utrecht is het arceren van de optie die op dat moment actief is, zoals Den Haag wel heeft. 

Toegankelijkheid toetsenbord gemeente Rotterdam

De laatste gemeente van de vier, Rotterdam, is net als de andere vier websites goed te gebruiken via het toetsenbord. Ook hier wordt de gebruiker een korte route naar de belangrijkste content aangeboden.

Gebruik van een schermlezer

Een schermlezer leest gebruikers de website voor, zodat ook mensen met een visuele beperking hun weg kunnen vinden op deze website. Helaas gaat het vaak fout, zo worden knoppen niet voorzien van labels, zodat schermlezers niet weten wat er achter de knoppen zit. Op deze manier is het voor bezoekers gokken wat voor pagina er achter hyperlinks zit. Voor veel mensen is het moeilijk voor te stellen hoe zo’n schermlezer in zijn werk gaat. Onze blogger Ed legt in onderstaande video uit hoe voorleessoftware werkt.

Filmpje waarin blogger Ed laat zien hoe hij gebruik maakt van voorleessoftware.

De standaard schermlezer van iPhone, VoiceOver, heeft geen moeite om de website van Amsterdam voor te lezen. Knoppen en hyperlinks zijn juist gelabeld. Ook op de websites van Rotterdam en Utrecht zijn geen niet-functionerende items gevonden voor de schermlezer.

Vrijwel ieder aspect van de website DenHaag.nl is te begrijpen met de schermlezer. Ook hier zijn de hyperlinks en knoppen op de homepagina goed gelabeld. Echter, ze gebruiken ook ronde knoppen die naar het volgende blok op de website gaan. Deze zijn niet voorzien van een label, waardoor VoiceOver deze ‘onuitspreekbaar’ noemt. Wel is de webpagina achter de link naast de knop uitgeschreven.

Zelf aan de slag om een website toegankelijker te maken? In een eerder artikel op Digitaal Toegankelijk.com is het het optimaliseren van websites voor een schermlezer beschreven.

Voorleesfunctie

Voor sommige gebruikers kan het lezen van grote teksten een uitdaging zijn. Om het deze groep mensen makkelijker te maken hun digitale weg te vinden, kunnen websites de optie bieden om een website voor te laten lezen. Rotterdam is de enige gemeente uit de test die deze optie op de website heeft staan. Helaas werkte deze functie op het moment van de test niet op desktop of mobiele apparaten. 

Contrast

Web developers kunnen kleurcontrast gebruiken om ervoor te zorgen dat bezoekers met een visuele beperking teksten goed kunnen lezen. In de webrichtlijnen van het WCAG is een minimaal kleurcontrast van 4,5:1 vastgesteld. De websites van Amsterdam, Den Haag en Utrecht bevatten contrasten die voldoen aan deze ratio. Alleen de iconische groene en witte kleuren van de website van Rotterdam voldoen niet aan de ratio.  

De contrast ratio van de tekst 'Lees meer' op Rotterdam.nl is niet voldoende.
Afbeelding: De contrast ratio van de tekst ‘Lees meer’ op Rotterdam.nl is niet voldoende.

Labels links en afbeeldingen

Labels op hyperlinks en afbeeldingen geven gebruikers van onder andere schermlezers aan wat zich op de afbeelding of achter de link bevindt. Als deze link ontbreekt, ontbreekt dus ook de context voor deze mensen. Alleen de website van Rotterdam had enkele links die niet gelabeld waren, de overige websites waren alledrie voorzien van de juiste labels.  

Vergroten tot 200%

De ideale grootte van de tekst van een website is niet voor iedereen hetzelfde. Sommige gebruikers hebben baat bij (aanzienlijk) veel grotere letters dan anderen. De WCAG raadt aan om het mogelijk te maken om websites tot 200% te kunnen vergroten. Belangrijk is dat de websites geen functies verliezen als de tekst vergroot wordt. Tijdens de test is gebleken dat alle vier de websites voldeden aan deze richtlijnen.

In het artikel ‘Hoe zorg ik ervoor dat ik de tekst op mijn website kan vergroten?’ worden enkele praktische tips behandeld voor developers en website eigenaren. 

Ondertitelen van video’s

Het lijkt bijna overbodig om te vermelden, maar helaas is het nog steeds nodig. Video’s zonder ondertiteling worden door mensen met een auditieve beperking niet begrepen. YouTube heeft weliswaar een functie die video’s vanzelf voorziet van ondertiteling, maar de kwaliteit van deze ondertitels laat vaak te wensen over. 

Per website is een steekproef van vijf video’s genomen. 

Een screenshot van de video op Amsterdam.nl. Rechts kunnen gebruikers kiezen tussen de verschillende talen.
Afbeelding: Een screenshot van de video op Amsterdam.nl. Rechts kunnen gebruikers kiezen tussen de verschillende talen.

Conclusie

Goed nieuws voor de vier onderzochte gemeenten (en hun inwoners): over het algemeen zijn de websites redelijk digitaal toegankelijk. Hierdoor zijn alle vier de websites voor mensen met een auditieve, visuele of motorische beperking goed te gebruiken. Helaas is er geen website gevonden met een ‘perfecte’ score. Voor iedere gemeente is er werk aan de winkel op het gebied van digitale toegankelijkheid. Goed om te weten is dat deze overheidswebsites beter scoren dan de vijf banken die eerder zijn onderzocht.

Maar, hoe kunnen deze (en andere) websites zorgen dat hun digitale omgeving nog inclusiever wordt? Dit begint bij het secuur in kaart brengen van de huidige situatie, door middel van een toegankelijkheidsonderzoek. Uit dit onderzoek komen punten naar voren, welke hierna direct verbeterd kunnen worden. Digitaal Toegankelijk.com ondersteunt websites bij het ontwikkelen van een toegankelijke website. Voor meer informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen met de specialisten van Digitaal Toegankelijk.com.